38

    De Relativiteitstheorie

in Nederland


breekijzer voor democratisering in het interbellum

Auteur H.A. Klomp
Onderwerpen Geschiedenis van de Wiskunde
  
Uitgave 1e druk, 1997.
ISBN 978-90-5041-045-8
 304 pagina's
Prijs € 30,00

Toen de relativiteitstheorie in de jaren twintig algemene bekendheid kreeg, ontstonden bekaan hevige discussies tussen de bekendste cultuurvertegenwoordigers. Zo hielden zowel de natuurkundigen H.A. Lorentz, P. Ehrenfest en A.D. Fokker, de wetenschapshistoricus E.J. Dijksterhuis, als de voorzitter van de ministerraad Cort van der Linden, de literatoren Frederik van Eeden en Johan Huizinga, de pedagoog Philipp Kohnstamm en de psycholoog Gerard Heijmans, zich bezig met de vraag of er sprake was van een wezenlijke culturele vernieuwing. In deze blaai mengden zich ook vertegenwoordigers van kerken en politieke stromingen. Dat ondertussen Einstein's ideeën in de Nederlandse cultuur doorwerkten, blijkt hieruit dat ze de didactische methoden van de wis- en natuurkundeleraren veranderden. In bredere zin werd tevens de basis gelegd voor minder elitair middelbaar onderwijs.

In dit boek legt H.A. Klomp de onderliggende motieven bij deze discussies bloot en hij gaat de veranderingen na die onder invloed van de relativiteitstheorie op gang kwamen. Hij betoogt dat de relativiteitstheorie in het interbellum heeft gewerkt als een 'breekijzer' dat de opbouw van een democratische samenleving na de Tweede Wereldoorlog heeft mogelijk gemaakt.

 Inhoudsopgave
1. Inleiding5. Kohnstamms personalisme
2. Einstein in woordentaal6. Het onderwijs in crisis
3. Crisis bij het establishment7. Conclusie: Beth na de Bevrijding
4. Einstein en verzuiling

Hendrik Alexander Klomp werd in 1967 geboren te Rotterdam. Na het behalen van het VWO-diploma in 1985, studeerde hij experimentele natuurkunde aan de universiteit van Utrecht en legde het doctoraal examen af in 1991. Zijn interesse tijdens de studie voor filosofie en geschiedenis, leidde tot het opstellen van een promotieplan waaraan verwondering over de isolatie van de moderne natuurkunde in de Nederlandse cultuur ten grondslag lag. Dit plan leidde tot aanstelling als assistent in opleiding bij de vakgroep 'nieuwste geschiedenis' van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn proefschrift met als promotores K. van Berkel en H.A.M. Snelders werd in 1997 voltooid. Na zijn werk in de geschiedenis deed hij ervaring op met wetenschapvoorlichting bij de stichting FOM.


Laatst bijgewerkt: maandag 24 februari 2014.